ECLI:NL:CRVB:2017:667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten zonder loonspecificaties
Appellant ontving sinds november 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit gegevens van Suwinet bleek dat hij vanaf december 2013 inkomsten uit arbeid had, maar hij meldde deze niet uit eigen beweging en leverde geen volledige loonstroken aan. Het college trok daarom de bijstand over de periode december 2013 tot april 2014 in en vorderde het bedrag van €4.402,76 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het recht op bijstand vastgesteld kon worden aan de hand van bankafschriften en Suwinet-gegevens, en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen. De Raad oordeelde dat de gegevens uit Suwinet niet volledig en accuraat waren en niet overeenkwamen met bankafschriften, waardoor loonstroken noodzakelijk waren. Appellant had deze niet over de relevante periode kunnen overleggen.
Verder faalde het beroep op dringende redenen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat terugvordering tot onaanvaardbare financiële problemen zou leiden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.