ECLI:NL:CRVB:2017:693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd op basis van een anonieme melding onderzocht op het bezit van onroerend goed in Turkije. Het college stelde een onderzoek in via het Internationaal Bureau Fraude-informatie, waarbij werd vastgesteld dat appellante beschikte over een appartement, een woningaandeel en bouwgrond, waarvan de waarde de vermogensgrens overschreed.
Appellante voerde aan dat zij niet de eigenaar was van het appartement en dat het onderzoek onzorgvuldig was, maar kon deze stellingen niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwen. Het college trok de bijstand over de periode 2010-2013 in en vorderde de kosten terug wegens niet-melding van het bezit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was het onderzoek in te stellen, het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, en dat appellante redelijkerwijs kon beschikken over het onroerend goed. Ook werd geoordeeld dat de terugvordering niet kennelijk onredelijk was en dat appellante onvoldoende dringende redenen had aangevoerd om van terugvordering af te zien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van onroerend goed in Turkije.