ECLI:NL:CRVB:2017:705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele begeleiding op grond van de AWBZ wegens onvoldoende beperkingen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor individuele begeleiding op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), welke door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is afgewezen. Dit besluit werd ondersteund door medische adviezen waarin werd vastgesteld dat appellant lichte tot matige psychische beperkingen heeft als gevolg van chronische PTSS, maar dat behandeling via reguliere GGZ nog mogelijk en aangewezen is.
Na bezwaar en een aanvullend medisch advies handhaafde het CIZ het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische adviezen zorgvuldig waren en appellant geen objectieve medische stukken had overgelegd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Tevens was er geen bewijs dat passend behandelaanbod vanuit reguliere GGZ ontbrak.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De aanvraag voor individuele begeleiding op grond van de AWBZ blijft daarmee afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor individuele begeleiding op grond van de AWBZ wordt afgewezen wegens onvoldoende beperkingen en beschikbaarheid van passend GGZ-behandeltraject.