ECLI:NL:CRVB:2017:707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellante, een vreemdeling zonder recht op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college op 2 april 2015 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard bij besluit van 12 augustus 2015, waarbij het college zich baseerde op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015, verwijzend naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 en ook niet als Nederlander is gelijkgesteld op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd dan ook bevestigd.
Tot slot wees de Raad een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel.