ECLI:NL:CRVB:2017:716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 2 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 6 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015, dat vreemdelingen geen aanspraak geeft op dergelijke voorzieningen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet kwalificeert als vreemdeling die op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015 of gelijkgesteld op grond van artikel 2.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat het beroep ongegrond is. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015 wordt bevestigd; appellant heeft geen aanspraak op de voorziening.