ECLI:NL:CRVB:2017:717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015 voor vreemdeling
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd op 2 april 2015 afgewezen, en het bezwaar van appellant werd bij besluit van 5 augustus 2015 ongegrond verklaard, waarbij het college zich baseerde op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en ook niet op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld is. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé op 27 februari 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 wordt bevestigd.