Uitspraak
1 april 2016, 15/6518 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college op 22 april 2015 afgewezen en het bezwaar van appellant werd bij besluit van 23 september 2015 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant, voor zover het de Wmo 2015 betrof, ongegrond en oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van artikel 1.2.2 van de Wmo 2015. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van artikel 2.1, eerste lid, Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening volgens de Wmo 2015.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door N.R. Docter op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een maatwerkvoorziening voor appellant op grond van de Wmo 2015.