Uitspraak
1 april 2016, 15/6493 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 22 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 23 september 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellante geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel recht had op een dergelijke voorziening, maar de Centrale Raad van Beroep verwijst naar haar eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigt dat appellante niet als vreemdeling onder artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 valt en ook niet als Nederlander is gelijkgesteld.
De Raad concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel.