Uitspraak
1 april 2016, 15/6639 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op basis van artikel 1.2.2 van de Wmo 2015, het zogenoemde koppelingsbeginsel.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij geen recht had op een maatwerkvoorziening volgens de Wmo 2015. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwees daarbij naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1). De Raad stelde vast dat appellante niet valt onder de categorieën die aanspraak kunnen maken op voorzieningen volgens de Wmo 2015 en dat zij ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander. Het beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door N.R. Docter, in aanwezigheid van griffier M.S.E.S. Umans op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel.