Uitspraak
1 april 2016, 15/6637 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op basis van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellante niet onder de definitie van artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 valt en ook niet als Nederlander is gelijkgesteld volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellante geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.
De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015.