Uitspraak
8 april 2016, 15/6068 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 17 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 8 september 2015, met verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant niet valt onder de definitie van vreemdeling in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, noch gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening volgens de Wmo 2015.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening voor appellant op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015.