Uitspraak
8 april 2016, 15/5855 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op grond van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel recht had op deze voorziening, maar verwees de Raad naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1).
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellante geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 en wijst het hoger beroep af.