Uitspraak
8 april 2016, 15/6061 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 16 april 2015 af en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond bij besluit van 21 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015, dat vreemdelingen geen aanspraak geeft op een maatwerkvoorziening. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet valt onder de categorieën van artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 en niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.