Uitspraak
15 april 2016, 15/4933 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op basis van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwees daarbij naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1). De Raad stelde vast dat appellant niet onder de definitie van artikel 1.2.2 Wmo 2015 valt en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De Raad zag geen aanleiding om de staatssecretaris om inlichtingen te verzoeken en wees een veroordeling in proceskosten af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015. De uitspraak werd gedaan door N.R. Docter in aanwezigheid van griffier M.S.E.S. Umans op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.