ECLI:NL:CRVB:2017:780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op basis van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Vervolgens verklaarde het college het bezwaar van appellant ongegrond.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing eveneens ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015, dat vreemdelingen zonder gelijkstelling geen aanspraak geeft op dergelijke voorzieningen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen vreemdeling is die op grond van artikel 1.2.2 Wmo 2015 of artikel 2.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 gelijkgesteld is aan een Nederlander. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) waarin dit standpunt werd bevestigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé, in aanwezigheid van griffier M.S.E.S. Umans, op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.