ECLI:NL:CRVB:2017:790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op grond van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), het koppelingsbeginsel.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant niet valt onder de definitie van vreemdeling in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, noch gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.