Uitspraak
29 april 2016, 15/5507 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd op 14 april 2015 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard bij besluit van 14 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, met verwijzing naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015, dat vreemdelingen zoals appellant geen aanspraak geeft op een maatwerkvoorziening. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant niet valt onder de categorieën die volgens artikel 1.2.2 Wmo 2015 aanspraak kunnen maken op voorzieningen en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) waarin dit standpunt is bevestigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door L.M. Tobé op 27 februari 2017.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 wordt bevestigd.