Uitspraak
29 april 2016, 15/5740 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om opvang. Dit verzoek werd op 28 januari 2015 afgewezen en het bezwaar daartegen werd op 24 augustus 2015 ongegrond verklaard, waarbij het college zich baseerde op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening. De aangevallen uitspraak werd daarmee bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.