Uitspraak
29 april 2016, 15/6524 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 22 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 22 september 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en oordeelde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant niet valt onder de definitie van vreemdeling zoals bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015, en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.