Uitspraak
22 april 2016, 15/7697 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, een moeder en haar zoon, zijn vreemdelingen zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees hun aanvraag voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) af, gebaseerd op het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad stelt dat appellanten niet als vreemdelingen in de zin van artikel 1.2.2 van de Wmo 2015 worden beschouwd en ook niet als gelijkgesteld aan Nederlanders. De opvangvoorzieningen vallen onder de verantwoordelijkheid van de centrale overheid, die met vreemdelingenrechtelijke voorzieningen aan het verdragsrecht moet voldoen.
De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en benadrukt dat het aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is om over de uitvoering hiervan te oordelen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en de afwijzing blijft in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 voor vreemdelingen wordt bevestigd.