Uitspraak
29 april 2016, 15/5824 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op grond van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant niet valt onder de definitie van vreemdeling die aanspraak kan maken op voorzieningen volgens artikel 1.2.2 Wmo 2015 en niet gelijkgesteld is aan een Nederlander. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.