ECLI:NL:CRVB:2017:844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 16 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 24 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigt dat appellante geen recht heeft op een maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang voor een vreemdeling zonder verblijfsrecht wordt bevestigd.