ECLI:NL:CRVB:2017:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd door het college afgewezen op basis van artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, met als motivering dat zij geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel recht had op een dergelijke voorziening, maar verwees de Raad naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) waarin dit werd ontkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen vreemdeling is die onder artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 valt en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening voor de vreemdeling op grond van het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015.