ECLI:NL:CRVB:2017:846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 14 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 14 augustus 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant geen aanspraak kon maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant in de relevante periode (3 februari 2015 tot 21 mei 2015) geen vreemdeling was die op grond van artikel 1.2.2, eerste lid, Wmo 2015 of artikel 2.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld kon worden. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellant geen recht had op een maatwerkvoorziening. De aangevallen uitspraak werd daarom bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de maatwerkvoorziening op grond van het koppelingsbeginsel in de Wmo 2015.