ECLI:NL:CRVB:2017:848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Dit verzoek werd op 17 april 2015 afgewezen en het bezwaar daartegen werd op 3 september 2015 ongegrond verklaard, waarbij het college zich baseerde op artikel 1.2.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, verwijzend naar het koppelingsbeginsel in artikel 1.2.2 Wmo 2015 dat vreemdelingen zonder verblijfsrecht uitsluit van aanspraak op dergelijke voorzieningen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel recht had op een maatwerkvoorziening, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het eerdere oordeel en verwees naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2017:1).
De Raad oordeelde dat appellant niet als vreemdeling in de zin van artikel 1.2.2 Wmo 2015 kon worden gelijkgesteld aan een Nederlander en derhalve geen aanspraak had op een maatwerkvoorziening. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 vanwege het koppelingsbeginsel.