ECLI:NL:CRVB:2017:849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening voor vreemdeling op grond van koppelingsbeginsel Wmo 2015
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een tijdelijke maatwerkvoorziening in de vorm van passende maatschappelijke opvang. Het college wees dit verzoek bij besluit van 22 april 2015 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 22 september 2015, gebaseerd op artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante geen aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en ook niet gelijkgesteld is aan een Nederlander volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 22 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1) en bevestigde dat appellante geen recht heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking heeft op de Wmo 2015 en wees een veroordeling in proceskosten af. De beslissing werd uitgesproken op 27 februari 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen aanspraak heeft op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015.