ECLI:NL:CRVB:2017:861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieambtenaar wegens ongeschiktheid door structureel ongepast gedrag
Appellant was sinds 2000 werkzaam bij de politie en bekleedde de functie van Generalist GGP. De korpschef verleende hem op 1 juni 2015 eervol ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken, gebaseerd op diverse incidenten waaronder illegaal pokeren, dronkenschap in een horecagelegenheid, niet melden van nevenwerkzaamheden en het delen van privé-informatie met een crimineel bekende.
Appellant betwistte de ernst van de gedragingen en stelde dat het incident van 6 september 2015 na het ontslagbesluit plaatsvond en dus niet als grond kon dienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad corrigeerde dat het incident na ontslag niet als grond kon dienen. Desondanks vond de Raad de overige gedragingen voldoende voor ontslag.
De Raad oordeelde dat appellant structureel de grenzen van zijn voorbeeldfunctie overschreed, onvoldoende inzicht toonde in de gevolgen van zijn gedrag en onvoldoende bewust was van zijn voorbeeldfunctie als politieambtenaar. Ook was appellant meerdere malen op zijn gedrag aangesproken en had hij voldoende gelegenheid gekregen zich te verbeteren.
De Raad concludeerde dat het ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder g, van het Barp terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het eervol ontslag van appellant wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.