ECLI:NL:CRVB:2017:865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Herroeping disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim bij nevenwerkzaamheden ambtenaar
Appellant was sinds 1979 werkzaam bij de rechtsvoorganger van Orionis Walcheren en verrichtte naast zijn functie nevenwerkzaamheden waarvoor hij in 2005 toestemming kreeg. Na een fusie in 2012 ontstond een belangenverstrengeling, waarna het dagelijks bestuur in 2013 een groot deel van de toestemming introk en appellant verplichtte zijn nevenwerkzaamheden te beëindigen.
Appellant bleef deze werkzaamheden verrichten, wat leidde tot een schorsing en uiteindelijk tot een besluit tot disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim in 2014. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit ontslag ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat het ontslag onevenredig is gezien zijn lange dienstverband en de omstandigheden rondom de fusie en belangenverstrengeling.
De Raad overweegt dat het plichtsverzuim vaststaat, maar dat het dagelijks bestuur onvoldoende zorgvuldig handelde door geen passende oplossing te zoeken voor de kwetsbare cliënten en de financiële gevolgen voor appellant. Hierdoor is het ontslag als strafmaatregel onevenredig. Appellant stemt in met ontslag op ongeschiktheidsgrond, wat door de Raad wordt bevestigd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het ontslag op disciplinaire grond vernietigd en het besluit op ongeschiktheidsgrond gehandhaafd.
Daarnaast veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag wordt vernietigd en het subsidiaire ontslag op ongeschiktheidsgrond bevestigd.