ECLI:NL:CRVB:2017:914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens eigen schuld niet behouden algemeen geaccepteerde arbeid
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was sinds 1 augustus 2013 werkzaam als chauffeur in het leerlingenvervoer. Op 3 oktober 2014 verloor hij zijn rijbewijs wegens rijden onder invloed, waardoor zijn werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigde. Het college verlaagde daarop de bijstand over december 2014 met 100% wegens het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, stellende dat hij zich bewust was van zijn gedrag en reeds stappen had ondernomen om herhaling te voorkomen, en ervoer de maatregel als punitief. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat de verlaging geen bestraffende sanctie is maar een reparatoire maatregel bedoeld om gedragsverbetering te stimuleren.
De Raad oordeelde dat geen dringende redenen of persoonlijke omstandigheden aanwezig waren om de maatregel te matigen of af te zien. Ook het feit dat appellant slechts twintig uur per week werkte, rechtvaardigde geen aanpassing van de maatregel. De uitspraak bevestigt dat de maatregel proportioneel en rechtmatig is opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% wegens eigen schuld wordt bevestigd.