ECLI:NL:CRVB:2017:943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonkostentoeslag wegens voldoende draagkracht en gedeelde woonlasten
Appellant, voormalig eigenaar van een woning met hypotheek, vroeg bijzondere bijstand aan voor woonkosten over de periode 1 september 2014 tot 1 februari 2015. Het college wees de aanvraag af omdat appellant voldoende inkomen had om de woonlasten te dragen, mede omdat hij de lasten met zijn voormalige echtgenote kon delen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij de woonkosten niet kon delen en dat hij dubbele woonlasten had vanwege het huren van een andere woning.
De Raad oordeelde dat het college het beleid correct toepaste en dat de berekening van de woonkostentoeslag redelijk was. Appellant maakte zijn stellingen over afspraken bij de echtscheiding en de financiële situatie van zijn ex-echtgenote niet aannemelijk. Ook de dubbele woonlasten waren een gevolg van zijn eigen keuze.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag woonkostentoeslag wordt afgewezen omdat appellant voldoende draagkracht heeft en de woonlasten met de ex-echtgenoot kan delen.