ECLI:NL:CRVB:2017:944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging aanvullende inkomensvoorziening ouderen na maximale vakantieperiode zonder dringende reden
Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de WWB. Zij meldde telefonisch een vakantieperiode van 3 februari tot 3 april 2014, maar verbleef langer buiten Nederland vanwege ziekte in Ghana.
De Sociale verzekeringsbank beëindigde de AIO-aanvulling per 6 mei 2014 omdat appellante langer dan de toegestane dertien weken buiten Nederland verbleef en geen zeer dringende redenen voor bijstand had aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische toestand haar verhinderde tijdig terug te keren, waardoor zeer dringende redenen voor bijstand bestonden. De Raad oordeelde dat appellante geen acute noodsituatie had aangetoond; zij had medische zorg en familieondersteuning in Ghana en haar financiële problemen door beëindiging van de AIO vormden geen zeer dringende reden.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beëindiging van de AIO-aanvulling wordt bevestigd wegens verblijf buiten Nederland langer dan dertien weken zonder zeer dringende redenen.