ECLI:NL:CRVB:2017:945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken aannemelijkheid zwervend dakloos zijn
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand en verklaarde dakloos te zijn. Hij voerde een sms-procedure waarbij hij dagelijks zijn verblijfplaats doorstuurde. De afdeling Controle van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) stelde vast dat appellant gedurende de relevante periode op een vast adres verbleef.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij zwervend dakloos was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat voor het recht op bijstand de feitelijke woon- en leefsituatie doorslaggevend is. Appellant had een vaste verblijfplaats en kon niet aannemelijk maken dat hij een zwervend dakloze was, ook niet vanwege medische omstandigheden. Daarom was de afwijzing terecht en werd het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt zwervend dakloos te zijn.