ECLI:NL:CRVB:2017:983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens schending inlichtingenverplichting en afwijzing aanvraag bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd verdacht van het niet verstrekken van juiste informatie over haar verblijfplaats. Na een anonieme melding startte de gemeente een fraudeonderzoek, wat leidde tot intrekking van de bijstand en oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante stelde bezwaar en beroep in tegen de boete en de afwijzing van haar nieuwe aanvraag. Het college verlaagde de boete in bezwaar, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep wijzigde het college het standpunt en stelde een lagere boete voor volgens het Boetebesluit socialezekerheidswetten per 1 januari 2017.
De Raad oordeelde dat appellante verwijtbaar de inlichtingenverplichting had geschonden, maar matigde de boete tot € 583,62. De afwijzing van de aanvraag werd bevestigd omdat de woonsituatie onduidelijk bleef. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd vergoed. Het verzoek om schadevergoeding werd deels toegewezen voor wettelijke rente.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot € 583,62 en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.