ECLI:NL:CRVB:2017:998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen in Turkije
Appellante ontving bijstand naast haar WAO-uitkering, maar het college trok deze bijstand in en vorderde deze terug omdat zij een woning in Turkije en een Turkse bankrekening had verzwegen. Diverse aanvragen om bijstand en bijzondere bijstand werden afgewezen wegens onvoldoende inzicht in haar vermogen en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht.
Het college baseerde de intrekking op het feit dat de woning op naam van appellante stond geregistreerd en dat zij niet alle bankafschriften had overgelegd, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellante stelde dat de woning feitelijk van haar zoon en broer was, maar kon dit niet met controleerbare stukken onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het college terecht een gegrond vermoeden had en dat appellante tekort was geschoten in haar inlichtingenplicht. De waarde van de woning werd vastgesteld op circa €31.915,-, en het college hoefde geen rekening te houden met de door appellante gestelde schulden vanwege gebrek aan bewijs. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees alle beroepen af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand zijn terecht vanwege het verzwegen bezit van een woning en bankrekening in Turkije; alle hoger beroepen worden afgewezen.