Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
te nemen op het bezwaar tegen het besluit van 5 januari 2016, en bepaalt dat beroep tegen
deze beslissing slechts kan worden ingesteld bij de Raad;
€ 2.004,-;
griffierecht van in totaal € 418,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij het Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o., verzocht om ontslag met toepassing van artikel 8:8 CAR Pro/UWO. Dit verzoek werd door het dagelijks bestuur afgewezen omdat men geen noodzaak zag voor ontslagverlening. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en diende gronden in, maar het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van concrete gronden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn bezwaarschrift wel degelijk concrete en voldoende motieven bevatte. De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro voldeed, ook al waren de gronden summier, omdat het duidelijk maakte dat appellant meende dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren die ontslag verplicht stelden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en droeg het dagelijks bestuur op een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens werd bepaald dat tegen deze nieuwe beslissing alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd en het dagelijks bestuur wordt opgedragen een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.