ECLI:NL:CRVB:2018:101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij Wmo-aanvraag woningaanpassingen
Appellant diende een aanvraag in op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor woningaanpassingen en een verhuiskostenvergoeding. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af omdat appellant naar een ongeschikte woning was verhuisd. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar ongegrond verklaard door de rechtbank. In hoger beroep stelde appellant het oordeel van de rechtbank aan de orde.
Tijdens het hoger beroep troffen partijen een regeling waarbij het college alsnog woningaanpassingen en een persoonsgebonden budget toekende, en later een verhuiskostenvergoeding bij verhuizing naar een geschikte woning. Appellant verhuisde in de zomer van 2017 naar een nieuwe woning en ontving de vergoeding en bijkomende kosten van het college.
De Raad oordeelt dat appellant geen voldoende procesbelang meer heeft bij het hoger beroep omdat het beoogde resultaat feitelijk is bereikt en hij de nadere besluitvorming niet heeft bestreden. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.