ECLI:NL:CRVB:2018:1091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag door misbruik van Schipholpas en smokkel van sigaretten
Appellant, militair sinds 2005, werd op 4 juni 2016 staande gehouden met 69 sloffen sigaretten die hij zonder accijnzen te betalen binnen Nederland bracht. Hij maakte daarbij misbruik van zijn Schipholpas om douanecontroles te omzeilen.
De staatssecretaris van Defensie verleende appellant ontslag wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement. Appellant voerde aan dat het wangedrag niet aan hem kon worden toegerekend vanwege psychische problematiek en dat het ontslag onevenredig was.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij ten tijde van de gedraging niet in staat was de ontoelaatbaarheid ervan in te zien en dat de staatssecretaris niet onzorgvuldig had gehandeld door geen nader onderzoek te laten verrichten. Het wangedrag was toerekenbaar en het ontslag proportioneel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens wangedrag bevestigd.