ECLI:NL:CRVB:2018:1097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en beëindiging IVA-uitkering op grond van Wet WIA
Appellant betwistte de beëindiging van zijn IVA-uitkering door het UWV, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. De rechtbank Overijssel vernietigde het eerdere besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering en gebrekkige medische onderbouwing.
In hoger beroep werd een deskundigenrapport van een door de Raad ingeschakelde verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bestudeerd. Dit rapport, ondersteund door de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en consistent met de behandelende psychiaters, concludeerde dat appellant in staat is om geselecteerde functies te vervullen.
De Raad oordeelde dat het UWV het bestreden besluit 2, dat tijdens de procedure werd genomen en voorzien is van een afdoende medische grondslag, terecht heeft genomen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.