ECLI:NL:CRVB:2018:1104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en recht op IVA-uitkering
Appellante, werkzaam als algemeen medewerker benzinestation, meldde zich ziek vanwege gewrichts- en chronische pijnklachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 43%, later verhoogd naar 100%. Appellante vorderde een IVA-uitkering wegens vermeende duurzame arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op onder meer palindroomreuma en geplande operaties.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat de beperkingen niet duurzaam zijn, omdat er een redelijke tot goede verwachting is van verbetering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel, waarbij werd overwogen dat de medische informatie voldoende zorgvuldig was beoordeeld en dat het UWV over voldoende gegevens beschikte om de prognose te onderbouwen.
De Raad veroordeelde het UWV wel in de proceskosten van appellante, omdat het UWV pas in hoger beroep een toereikende toelichting gaf. Het bestreden besluit werd bevestigd, waarmee appellante geen recht kreeg op een IVA-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.