Uitspraak
14 februari 2018 met de nummers ECLI:NL:CRVB:2018:426, ECLI:NL:CRVB:2018:429 en ECLI:NL:CRVB:2018:430.
mr. Schilder Spel, mr. Hartman en mr. I. Punt. Namens de behandelend rechters is
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft wraking gevraagd van de behandelend rechters in meerdere hoger beroepszaken over de toepassing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het wrakingsverzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid, onder meer omdat eerdere onwelgevallige uitspraken niet serieus zouden zijn genomen en omdat procedurele beslissingen zoals het afwijzen van uitstel en het niet opmaken van processen-verbaal onbegrijpelijk zouden zijn.
De Raad overweegt dat een wrakingsgrond moet berusten op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters aantasten. Het enkele feit dat eerdere uitspraken ongunstig waren, vormt geen grond voor wraking. Ook de brief van 16 februari 2018 waarin de Raad vraagt naar gevolgen van eerdere uitspraken, impliceert geen definitief oordeel. De afwijzing van het verzoek om uitstel en het niet opmaken van processen-verbaal zijn procedurele beslissingen die geen schijn van vooringenomenheid opleveren.
De Raad concludeert dat uit de aangevoerde feiten en omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid blijkt. Verzoeker stond vrij zijn standpunten te handhaven en toe te lichten. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.