ECLI:NL:CRVB:2018:1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loopbaanpremie aan ambtenaar ondanks herplaatsings- en VWNW-status
Betrokkene was langdurig werkzaam in een substantieel bezwarende functie (SB-functie) binnen de rijksoverheid en vroeg om toekenning van een loopbaanpremie op grond van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie. De Minister van Justitie en Veiligheid wees een lagere premie toe vanwege perioden waarin betrokkene de status van herplaatsingskandidaat en VWNW-kandidaat had, wat volgens de Minister een onderbreking van de diensttijd in een SB-functie betekende.
De rechtbank oordeelde echter dat de feitelijke werkzaamheden bepalend zijn en dat de periode niet onderbroken was, waardoor betrokkene recht had op een hogere loopbaanpremie van 150%. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de tekst en toelichting van de Tijdelijke regeling geen grond bieden voor een restrictieve uitleg zoals voorgestaan door de Minister.
De Raad benadrukt het doel van de regeling, namelijk het bieden van perspectief aan medewerkers in SB-functies om gezond en plezierig te blijven werken, en concludeert dat de feitelijke situatie bepalend is voor de premie. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene vervalt vanwege het voorwaardelijke karakter. De Minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op een loopbaanpremie van 150% en wijst het hoger beroep van de Minister af.