ECLI:NL:CRVB:2021:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loopbaanpremie bij onderbroken dienstverband in substantieel bezwarende functie
Betrokkene was van 2 april 2007 tot 31 december 2015 onafgebroken aangesteld in een substantieel bezwarende functie (SB-functie). Na een onderbreking en diverse aanstellingen in SB-functies, werd de aanvraag voor arrangement C afgewezen omdat niet aan de eis van minimaal acht jaar onafgebroken dienstverband zou zijn voldaan.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene wel voldeed aan de voorwaarden van artikel 7 van Pro de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie en vernietigde het bestreden besluit. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat bij een onderbroken periode niet het moment van indiensttreding in de laatst vervulde SB-functie bepalend is, maar dat de aaneengesloten periode van minimaal acht jaar in een SB-functie telt. De Raad bevestigde dat de minister terecht een loopbaanpremie toekende in het nader besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Daarnaast veroordeelde de Raad de minister in de proceskosten van betrokkene en legde griffierechten op. Hiermee is de rechtspositie van betrokkene versterkt en is duidelijkheid verschaft over de toepassing van de Tijdelijke regeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de loopbaanpremie en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.