ECLI:NL:CRVB:2018:1203
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding tandheelkundige behandeling na eenmalige gebitsrehabilitatie
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van tandartskosten voor een behandeling aan element 35. Eerder was een vergoeding toegekend voor een eenmalige gebitsrehabilitatie.
Verweerder wees de aanvraag af omdat het probleem aan element 35 een defect betreft dat bij iedereen van appellants leeftijd kan ontstaan en daarom als gebruikelijk onderhoud wordt beschouwd. De Raad bevestigt dat het beleid van eenmalige vergoeding voor gebitsrehabilitatie vaste rechtspraak is, maar benadrukt dat elke nieuwe aanvraag op medische noodzaak en causaal verband met oorlogsgeweld moet worden beoordeeld.
Op basis van adviezen van geneeskundig en tandheelkundig adviseurs en informatie van de behandelend tandarts concludeert de Raad dat element 35 bij de eerste rehabilitatie in goede staat was en de huidige behandeling geen verband houdt met oorlogsgeweld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding van tandheelkundige kosten wordt ongegrond verklaard.