ECLI:NL:CRVB:2018:1211
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen een besluit van het Zorgkantoor over persoonsgebonden budgetten voor de jaren 2011 tot en met 2014 ongegrond werd verklaard. Tevens werd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter overwoog dat het Zorgkantoor heeft verklaard niet tot invordering van de openstaande bedragen over te gaan totdat de Raad uitspraak doet in de bodemprocedure. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker, waaronder zijn hoge leeftijd en gezondheid, maakten dit niet anders.
Daarnaast viel de lopende aanvraag om zorg buiten het bestreden besluit en was het verzoek om onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak niet toewijsbaar omdat de mogelijkheid tot voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen zonder spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.