ECLI:NL:CRVB:2013:2531

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 november 2013
Publicatiedatum
22 november 2013
Zaaknummer
13-5065 WWB-VV-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep in bijstandszaak

Bij besluit van 19 april 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne de bijstand van verzoeker met ingang van 27 juli 2012 ingetrokken en de reeds verleende bijstand teruggevorderd tot een bedrag van €7.148,03. Het bezwaar van verzoeker tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.

Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de mogelijkheid om tijdens hoger beroep een voorlopige voorziening te treffen niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen door middel van 'kortsluiting'. Verzoeker voerde aan dat hij in financiële nood verkeerde en daardoor zijn woonlasten niet kon betalen, met het risico dakloos te worden.

De Raad oordeelde echter dat onvoldoende sprake was van een spoedeisend belang. Verzoeker ontvangt vanaf 1 augustus 2013 studiefinanciering en er waren geen aanwijzingen voor bedreigende schulden. Ook was niet gebleken van een zwaarder belang dat het wachten op de bodemprocedure zou verhinderen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

13/5065 WWB-VV-PV
Datum uitspraak: 14 november 2013
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Deurne (college)
Zitting heeft: E.C.R. Schut
Griffier: O.P.L. Hovens
Ter zitting zijn verschenen: verzoeker, bijgestaan door mr. drs. A.A.P.M. Theunen en het college, vertegenwoordigd door N.Y. Mugge.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Bij besluit van 19 april 2013 heeft het college de bijstand van verzoeker met ingang van
27 juli 2012 ingetrokken en tevens de over de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 maart 2013 verleende bijstand van verzoeker teruggevorderd tot een bedrag van € 7.148,03. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 10 juli 2013 ongegrond verklaard. De rechtbank Oost-Brabant heeft bij uitspraak van 30 juli 2013 het beroep tegen het besluit van 10 juli 2013 ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen deze uitspraak gekeerd en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gedaan.
Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Vooropgesteld wordt dat volgens vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld CRvB van 2 december 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AO0764), de mogelijkheid om hangende (hoger) beroep een verzoek om een voorlopige voorziening te doen niet is bedoeld om door middel van zogenoemde “kortsluiting” de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is gelegen in het feit dat verzoeker in een financiële noodsituatie is geraakt waardoor hij zijn gebruiksvergoeding aan de verhuurder niet meer kan voldoen en hij op straat zal komen te staan.
In wat namens verzoeker is aangevoerd is onvoldoende grond aanwezig voor het oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang die het treffen van een voorlopige voorziening vordert. Zoals blijkt uit de door partijen toegezonden informatie, ontvangt verzoeker vanaf 1 augustus 2013 studiefinanciering. Voorts blijkt uit de gedingstukken noch uit het verhandelde ter zitting dat er voor verzoeker bedreigende schulden zijn. Anders dan door verzoeker is betoogd, is van een financiële noodsituatie dan ook geen sprake. Ook op andere wijze is niet gebleken van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat de behandeling van de bodemprocedure niet door hem zou kunnen worden afgewacht.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) O.P.L. Hovens (getekend) E.C.R. Schut
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep

HD