Uitspraak
17.1862 WMO15
23 februari 2017, 16/6123 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1970, kampte met rug-, buikklachten en psychische problematiek en beschikte sinds 2012 over voorzieningen op grond van de Wmo, waaronder een scootmobiel en hulp bij het huishouden. In 2015 vroeg zij vervanging van haar afgekeurde scootmobiel aan. Het college liet medisch onderzoek verrichten door SCIO Consult, dat adviseerde de huishoudelijke hulp af te bouwen en te beëindigen, en geen medische noodzaak zag voor een scootmobiel.
Het college trok de hulp bij het huishouden per 5 januari 2016 in en wees de scootmobielaanvraag af. Na bezwaar liet het college aanvullend medisch advies inwinnen, dat bevestigde dat appellante zelfstandig huishoudelijke taken kon verrichten en zich kon verplaatsen met fiets of openbaar vervoer. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de besluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische adviezen zorgvuldig en inhoudelijk juist waren en dat de overgangstermijn van drie maanden redelijk was. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten waren toegenomen en de adviezen onzorgvuldig waren, maar zij overlegde geen nieuwe medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling zich beperkt tot de situatie tot de datum van het bezwaarbesluit en dat de medische adviezen zorgvuldig tot stand waren gekomen. Zonder nadere medische onderbouwing faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van hulp bij het huishouden en afwijzing van de scootmobiel bevestigd.