ECLI:NL:CRVB:2018:1293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens weigering concreet baanaanbod
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en volgde een opleiding tot grafisch vormgever. In het kader van arbeidsbemiddeling werd een plan van aanpak opgesteld en had zij gesprekken met arbeidscoaches over een DTP-functie bij een bedrijf. Na een sollicitatiegesprek werd appellante op 12 november 2015 een concreet baanaanbod gedaan door detachering via een ander bedrijf tegen minimumsalaris, dat zij weigerde.
Het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland legde een maatregel op door verlaging van de bijstand met 100% voor een maand wegens het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het baanaanbod concreet was en dat appellante dit heeft geweigerd, ondanks haar stelling dat zij in onderhandeling was en dat de arbeidscoach de oorzaak was van het niet doorgaan van het dienstverband. De Raad stelde dat het dagelijks bestuur aannemelijk heeft gemaakt dat het baanaanbod is gedaan en geweigerd.
De Raad overwoog dat het recht staat dat een bijstandsgerechtigde mag onderhandelen over arbeidsvoorwaarden, maar dat indien door de onderhandelingsopstelling geen arbeidsovereenkomst tot stand komt, dit verwijtbaar kan zijn. Appellante had geen gerechtvaardigde reden om het aanbod te weigeren, waardoor de maatregel terecht is opgelegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende één maand wegens weigering van een concreet baanaanbod wordt bevestigd.