ECLI:NL:CRVB:2018:1311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg op grond van de AWBZ over de periode 26 mei 2014 tot en met 31 december 2014. Het Zorgkantoor stelde het pgb aanvankelijk vast op €16.438,56, maar stelde dit later bij besluit op nihil vast en vorderde het volledige bedrag terug wegens niet-naleving van administratieve verplichtingen.
Na bezwaar stelde het Zorgkantoor het pgb vast op €15.646,58 en vorderde €791,98 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij correct had betaald en dat het verschil met het goedgekeurde bedrag te goeder trouw was overgemaakt en teruggestort.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor het pgb terecht lager had vastgesteld omdat appellante niet aan alle administratieve verplichtingen had voldaan en geen bewijs had geleverd van meer verleende zorg dan verantwoord. Ook het tweemaal overmaken van bedragen aan het Zorgkantoor veranderde hier niets. Het beheer van het pgb uitbesteden ontsloeg appellante niet van haar verantwoording. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €791,98 wordt bevestigd.