ECLI:NL:CRVB:2018:1326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over mindering beloning op waarnemingstoelage ambtenaar defensie
Appellant, adjudant-onderofficier der mariniers, heeft de functie van een kapitein der mariniers waargenomen en verzocht om financiële compensatie voor deze waarneming. De staatssecretaris van Defensie kende aanvankelijk een beloning van €900 toe, maar weigerde een waarnemingstoelage toe te kennen. Na bezwaar werd alsnog een financiële compensatie van €5.556,96 toegekend, waar de eerder toegekende beloning van €900 op in mindering werd gebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat de toegekende beloning niet uitsluitend verband hield met de waarneming van de functie en dat het bedrag van €900 niet in verhouding staat tot de waarnemingstoelage. Daarom was het niet redelijk om deze beloning in mindering te brengen op de compensatie.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en herroept het besluit waarin de mindering is toegepast. Tevens bepaalt de Raad dat de staatssecretaris het bedrag van €900 aan appellant moet terugbetalen en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De mindering van €900 op de waarnemingstoelage wordt vernietigd en dit bedrag moet aan appellant worden terugbetaald.