ECLI:NL:CRVB:2018:1336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-pensioen met korting wegens niet-verzekerde jaren
Appellante kreeg een AOW-pensioen toegekend met een korting van 12% wegens zes niet-verzekerde jaren toen zij met haar ouders in Venezuela woonde. Zij voerde aan dat haar ouders een vrijwillige verzekering hadden afgesloten die ook voor haar als minderjarig kind zou gelden, evenals een generaal pardon voor vrijwillige verzekering.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, van de AOW en dus niet verplicht verzekerd was. Er was geen bewijs dat zij zelf of haar ouders een vrijwillige verzekering voor haar hadden afgesloten. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en stelde dat het beroep op de vrijwillige verzekering van haar ouders en het generaal pardon niet slaagde.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde dit oordeel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 3 mei 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het beroep tegen het AOW-pensioen met korting wegens niet-verzekerde jaren.